Radiotherapie


terug naar de röntgenpagina
Wanneer een patient last heeft van een of meerdere gezwellen of een chronische ontsteking, dan kan een operatie soms een oplossing zijn. Chirurgie is echter niet altijd een oplossing. Bijvoorbeeld indien het proces zich op een lastige plaats bevindt, zoals de neusspiegel. Of indien het een gezwel betreft dat in de omringende weefsels uitloopt zonder dat dit met het blote oog te zien is.
In een aantal van die gevallen kan bestraling (ook wel radiotherapie) een betere oplossing of een aanvulling zijn.
Aan de hand van vier vragen zullen we u wat meer vertellen over bestralen.

  1. Hoe werkt bestraling?
    Bij bestraling worden röntgenstralen gebruikt. Röntgenstralen hebben een nadelig effect op de gezondheid van lichaamscellen, en vooral op snel delende cellen (zoals in gezwellen of ontstekingen). Bestraling berust op het principe dat de zieke cellen erger benadeeld worden dan de gezonde cellen. Een deel van de zieke cellen zal op korte termijn te gronde gaan, en een deel zal stoppen met hun overdreven groei.
    In tegenstelling tot de straling die bij een foto wordt gebruikt, dringt de door ons gebruikte (zachte) straling niet erg diep door in het lichaam; alleen oppervlakkige processen kunnen worden bereikt.
  2. Bij welke patient kiezen voor radiotherapie?
    Om dit te kunnen beslissen moet een aantal factoren worden meegewogen:
  3. Wat houdt bestraling practisch gezien in voor het dier?
    Een bestralingsbehandeling bestaat uit meerdere sessies, waarbij het aantal afhangt van de situatie (minimaal 2, maximaal 8). In principe wordt er 1 maal per week bestraald.
    Een bestraling geschiedt vrijwel altijd onder sedatie; het dier krijgt een roesje, en moet daarom nuchter zijn. Het roesje is nodig omdat het dier een aantal minuten stil moet blijven liggen. Omdat röntgenstraling gevaarlijk is, kan er tijdens de bestraling niemand naast de patient blijven staan.

  4. Hoeveel last heeft het dier na de bestraling?
    Omdat de stralen niet erg diep doordringen in het lichaam heeft het dier geen last van bijwerkingen zoals misselijkheid en diarree. Er kan wel tijdelijk op de bestraalde plek wat irriatie van de huid optreden, vergelijkbaar met zonnebrand. Op langere termijn zien we meestal ook haarverlies (soms tijdelijk) en verandering van de kleur van huid en haren.
terug naar de röntgenpagina